Naast het symbool van de roos is de zon het belangrijkste symbool binnen de SIO-opleidingen. De zon wordt gezien als het symbool van het hoger Zelf en staat voor verbinding met een hoger bewustzijn van licht, warmte en leven.
     De zon is een eeuwenoud symbool, want historisch gezien heeft de zon al een centrale plaats gehad in het leven en gedachtengoed van de oudste beschavingen. Vanaf het moment dat de zon in het bewustzijn van de mens kwam werd deze beschouwd als een grote en goddelijke kracht in de Natuur en werd de zon het belangrijkste culturele symbool. Al eeuwen voor Christus bijvoorbeeld komen we de zon tegen als symbool van het goddelijke in de oudste heilige boeken uit India, de Rig-Veda, ook wel de Veda's genoemd. Tot op de dag van vandaag mediteren Hindoes nog steeds op een mantra gewijd aan de zon met het doel een spirituele ervaring op te roepen met het goddelijke.

De zon als eerste leraar
     Het werk van de Bulgaarse spirituele leraar Omraam Mikhaël Aïvanhov is gebaseerd op het werken met de zon. Hij noemt de zon de eerste leraar van de mens. Citaat:
     '...In spiritueel opzicht kun je zeggen dat het doel van groei is het geheim van de zon te kennen, de zon te belichamen, daarom kun je het spirituele werk vergelijken met het werk van de zon op aarde. Zodra de zon opkomt schenkt hij ons zijn licht, zijn warmte en zijn leven. En het is dit licht, deze warmte en dit leven dat ons aanmoedigt om op te staan en aan het werk te gaan. Onze geest brengt ons lichaam tot leven en bezielt het, naar het beeld van de zon, zodat gezondheid, licht en volheid in ons kunnen wonen. Wanneer onze geest ons wezen iedere dag verlicht en zuivert, begint het nieuwe leven in ons te stromen. Zolang de zon, onze geest, ontbreekt, is er geen enkele ontwikkeling mogelijk. De ware godsdienst is verbonden met dit licht en mediteren op de zon betekent dat je de zon toelaat als levenskracht in je hart, in je ziel en in heel je wezen...'  (Bron: Omraam Mikhaël Aïvanhov, 'Verzamelde werken')

De zonnegeest in het gnosticisme en het Christendom
     De historische lijn over de zonnegeest komen we later tegen in de Egyptische beschaving en in het Gnosticisme. Het gnosticisme is de tegenpool van de orthodoxe kerk en het legt de nadruk op gnosis, de innerlijk doorleefde kennis, het neemt de eigen ervaring van het goddelijk beleven serieus. Het Griekse woord gnosis staat voor de wijsheid die redt, die geneest of die mensen heel maakt en is de innerlijke kennis die door alle mysterietradities heen is doorgegeven.

     Het gnosticisme heeft een grote invloed uitgeoefend op het Christendom, alhoewel de kerkvaders er fel op tegen waren, zij waren voornamelijk gericht op de buitenkant, op de macht van de kerk als instituut. Maar In oorsprong waren de christenen ook verbonden met de zonnesymboliek. Denk aan de symbolen die in de christelijke catacomben in Rome gevonden werden, zij zijn direct verbonden met de oudste zonnesymbolen daterend zelfs tot in het Neolithische tijdperk. Andere voorbeelden zijn het monogram voor de Christus, dat een P is, en de stam van deze P wordt doorkruist met een X. Dit wordt vanouds gezien als de zon en de X is eigenlijk een gekanteld kruis, dat het vier spakenwiel van het jaar vertegenwoordigt. En zo is ook de monstrans, in de katholieke kerk, een symbool van de zon.

     Ons laatste prachtige voorbeeld brengt ons weer bij het begin van dit verhaal: brood en wijn, door Jezus gebruikt bij het laatste avondmaal en nu nog steeds een ritueel in de katholieke kerk, zijn ook zonnesymbolen. De zon zelf is het grote voorbeeld van de heilige Drie-eenheid, want de zon combineert: leven - Vader; licht - heilige Geest; warmte Zoon.

De herkenning van de zon in onszelf
     In het boek 'Het mysterie van het licht', nodigt Georg Feuerstein de mens uit om: '...In plaats van de theologische zon, die te abstract en te ver weg is, we de zon zijn plaats zouden moeten teruggeven in het geloof. Met andere woorden: contempleer en mediteer op de Zon, zodat we het goddelijke mysterie weer in onszelf kunnen voelen. Niet om de fysieke zon te gaan aanbidden, maar wel de zon te respecteren als een symbool van het grotere licht waarvan de fysieke zon de manifestatie is...'   (Bron: Georg Feuerstein, Het mysterie van het licht)