Jollygood

Ik wil jullie voorstellen aan een kabouter die woont hier om de hoek,
zijn naam is Jollygood.

Op een dag wandelde Jollygood door alle tuinen van de straat en
hij keek zijn ogen uit.
Maar ach, veel te laat zag hij die hele grote ruit,
botste ongemerkt er tegenaan.
Jollygood liep er zelfs dwars doorheen,
en deed zich toen zo zeer aan zijn been,
dat hij heel hard riep om hulp.
Doch zijn kreten werden gehoord door een boze kater,
loerend achter een grote tulp.

De kater dacht, ik pak je lekker vlug,
dan is jouw wandeling voorgoed achter de rug.
De kater sloop langzaam vooruit,
en dacht alleen maar aan zijn buit.
De kabouter zag het gevaar al gauw,
en verstopte zich zo snel hij kon achter een berg touw.
Nog maar een paar meter voor de kat te gaan
en hij smikkelend toe zou slaan.

Daar kwam opeens vanuit een deur een boze stem die riep:
Ga weg jij kat,
of ik doe je wat.
Er klonk een knal, 
en toen een val.
De kat lag op de grond,
en hield eindelijk zijn mond.

Kabouter Jollygood keek voorzichtig om zich heen,
en vond een mens nu toch niet zo gemeen.
Hij strompelde naar zijn huisje om de hoek,
waar mevrouw Jollygood zijn been verzorgde
met een kopje thee en koek.

Een fantasierijke en zonnige zomer toegewenst namens de SIO: Maria, Miriam en Annemieke.